Dendermonde
Dendermonde is gelegen in de driehoek Gent-Brussel-Antwerpen,
in de provincie Oost-Vlaanderen.
Dendermonde, gelegen op de samenvloeiing van Dender en Schelde,
heeft aan deze gunstige ligging mogelijk zijn ontstaan en
zeker een deel van zijn middeleeuwse bloei te danken.
De eerste sporen van menselijke bedrijvigheid dateren uit
de prehistorische periode. Bij baggerwerken in Dender en Schelde
en bij graafwerken in de polders van Appels en Dendermonde,
werden er herhaaldelijk werktuigen uit het neolithicum teruggevonden.
Op enkele percelen in de onmiddellijke omgeving werd ook een
belangrijk Merovingisch grafveld opgegraven. Dit grafveld,
gelegen op een negen meter hoge zandrug langsheen de Dender,
vormt tot op heden de enige aanwijzing van een nederzetting,
die volgens de grafgiften kan gedateerd worden tussen de 5e
en de 7e eeuw. Tegen het einde van deze periode werd het Christendom
hier definitief verspreid.
Mogelijk werd toen een eerste kerkje opgericht, nabij het
grafveld van Zwijveke. Ook elders ontstonden er tegen het
einde van de Frankische periode kleine nederzettingen, ondermeer
te Lutterzele en rond de Koornaard (huidige Vlasmarkt).
Door het Verdrag van Verdun (843) kwam onze streek bij Lotharingen
terecht en werd in 880 bij het Duitse Rijk gevoegd. Na de
aftocht van de Noormannen (883) maakte Graaf Boudewijn II
van Vlaanderen zich van grote delen van Rijksvlaanderen meester.
In het midden van de 10e eeuw verrijst, omringd door Dender
en Visgracht, een stenen burcht op de plaats van het huidige
Justitiepaleis. In de onmiddellijke omgeving zochten kooplieden
en reizigers veiligheid en bescherming. Een handelscentrum
groeide, waarbij de rijkdom van de omwoners bestond in de
productie van Dendermonds laken, kledingstof voor de betere
stand.
Hieraan kwam pas in de 11e eeuw een einde, toen de Vlaamse
graaf het Land van Dendermonde in erfleen gaf aan de voogden
van de Gentse Sint-Baafsabdij. Zij werden de eerste Heren
van Dendermonde en lieten de toenmalige nederzetting versterken
met aarden wallen en natte grachten. De Romaanse O.-L.-Vrouwekerk
werd opgericht en voorzien van de relieken van de H.H. Hilduardus
en Christiana, die de patroonheiligen van de stad werden.
Dendermonde groeide in de 12e en 13e eeuw uit tot een belangrijk
handelscentrum met een gereputeerde lakenproductie als steunpilaar.
Dit uitte zich ondermeer in de aanleg van een ruimere omwalling,
voorzien van stevige muren en poorten, en door de oprichting
van diverse openbare gebouwen.
In de buurt van de Brusselsepoort werd in 1223 een cisterciënzerinnenabdij
gesticht. Vijf jaar later weken deze zusters uit naar Zwijveke-Dendermonde,
plaats van de eerste parochiekerk. Meer dan tien kloosters
en refuges, evenveel kapellen en bidplaatsen, en vele liefdadige
instellingen, als godshuizen, hospitalen, lazarijen en pesthuizen,
verrezen in de volgende eeuwen in deze stad.
In 1233 verkreeg de dynamische laken- en vestingstad
van Robrecht van Bethune haar stadskeure. Dendermonde was
toen versterkt met een stenen ringmuur, voorzien van diverse
torens en vier poorten: de Steenpoort, de Scheldepoort of
Veerpoort, de Mechelse en de Brusselse poort. De Dender kon
afgesloten worden met behulp van een houten 'waterbalie' of
een ijzeren ketting.
Op de Koornaard bevonden zich het Koornhuis en het 'Prinsenhof',
de vermoedelijke woning van de Heren van Dendermonde.
Tegen het einde van de 13e eeuw verplaatste zich het commerciële
en later ook het administratieve hart van de stad naar de
linkeroever van de Dender. In 1293 werd op een hoek van het
Marktplein van Dendermonde een nieuw Vleeshuis opgericht,
waarvan de verdieping dienst deed als lakenhalle en later
ook als schepenhuis.
Aan de andere zijde van de Grote Markt bouwden
de wolwevers tussen 1337 en 1350 een lakenhalle. Op hun vraag
bouwde het stadsbestuur van Dendermonde er in 1377-1378 een
belfort tegenaan. Inmiddels hadden de lakenproducenten van
Dendermonde evenwel zwaar te lijden van allerlei beperkende
maatregelen, die hun gewapenderhand door de Gentenaars werden
opgelegd.
In 1347 verkochten de laatste Heren van Dendermonde
hun heerlijkheid aan de Franse koning, die ze een jaar later
opnieuw aan de Vlaamse graaf Lodewijk van Male schonk. Hij
liet rond 1368 de stadsmuren verhogen en de vestingen voorzien
van een tweede gracht. Toch werd Dendermonde in 1380 opnieuw
door de Gentenaars ingenomen, geplunderd en vernield. In 1384
kwam de totaal uitgeputte stad met het omliggende Land van
Dendermonde in het bezit van de Bourgondische hertogen. Hertog
Filips de Stoute herbevestigde in 1397 haar recht om een jaarmarkt
te houden. Rond die tijd begon men naast het belfort van Dendermonde
met de bouw van een nieuw schepenhuis.
Aan de bloei van Dendermonde als lakenstad was
inmiddels een einde gekomen. De neergang van de lokale textielnijverheid
zette zich door in de 16e eeuw. De stad ontsnapte in 1566
aan de eerste beeldenstorm, maar werd in 1572 door de Spaanse
troepen ingenomen en geplunderd.
Dendermonde werd in 1584 ingenomen door de troepen
van landvoogd Alexander Farnese. Dendermonde zou zich opnieuw
kunnen ontwikkelen en werd een aantrekkingspool voor diverse
kloosterorden. Op de landtong tussen Dender en Schelde werd
in 1584-1592 een driehoekig citadel of 'Spaans Kasteel' opgetrokken.
In 1667 weerstond Dendermonde aan de troepen
van de Franse koning Lodewijk XIV, maar in 1706 volgde ten
koste van grote verwoestingen een nieuwe inname door de legers
van de Verbondenen (Engeland en Holland). Ten gevolge van
het Barrièretraktaat (1715-1716) kregen de Verenigde
Provinciën daarop het recht garnizoenen te legeren in
zeven steden van de Oostenrijkse Nederlanden. Alleen in Dendermonde
kwam er een gemeenschappelijk garnizoen. De stad werd als
barrièrestad tegen Frankrijk versterkt met een Hollands
en Oostenrijks garnizoen.
Een laatste belegering kreeg Dendermonde te
verduren in 1745, toen het werd ingenomen door het leger van
de Franse koning Lodewijk XV. In de tweede helft van de 18e
eeuw was de militaire waarde van de vesting zodanig verminderd,
dat men uiteindelijk besloot de versterkingen te slopen.
Een periode van voorspoed kondigde zich aan
voor de Oostenrijkse Nederlanden & Dendermonde. Het bevolkingsaantal
nam toe en de landbouw stond op een hoog niveau. De handel
werd actief bevorderd door het aanleggen van steenwegen en
kanalen. Nieuwe industrieën deden hun intrede en maakten
geleidelijk aan een einde aan de verouderde middeleeuwse privileges
van de ambachten. In 1773 deed de industriële revolutie
in Dendermonde haar intrede door de oprichting van een papiermolen.
In de Franse periode groeide deze uit tot één
van de belangrijkse in onze gewesten. In 1787 kwam de eerste
katoendrukkerij tot stand. Ze vormde de aanzet tot een bloeiende
katoenindustrie, die tot in de eerste helft van de 20e eeuw
aan vele honderden arbeiders werk verschafte.
In 1800 kreeg Dendermonde een Rechtbank van
Eerste Aanleg. In datzelfde jaar kwam de huidige Koninklijke
Academie voor Schone Kunsten tot stand, waaruit zich de zogenaamde
'Dendermondse Schildersschool' zou ontwikkelen.
Na de val van Napoleon werd Dendermonde voorzien
van een volledig nieuwe vesting. Vanaf 1816 begon men met
de aanleg van de nieuwe wallen, kazematten, kruitmagazijnen,
vesten, stadspoorten (1822-1824), toegangswegen en andere
onderdelen van de eigenlijke vesting. Tussen 1825 en 1830
werden een aantal grote militaire gebouwen afgewerkt: het
arsenaal aan de huidige Zuidlaan en de bomvrije kazerne aan
de Noordlaan. Op de linkeroever van de Schelde kwam er een
versterkt bruggenhoofd, terwijl ook de grote Scheldebrug werd
vernieuwd
Sedert de Hollandse periode deed de overheid
grote inspanningen om handel en nijverheid te stimuleren.
In 1837 kwam er de aansluiting op het spoorwegnet en in het
begin van de veertiger jaren de aanpassing van de Scheldekaaien
ten behoeve van kleine zeeschepen. In de tweede helft van
de 19e eeuw werd de toegankelijkheid van de binnenhaven van
Dendermonde fel verbeterd, door het optrekken van nieuwe kaaimuren
en het bouwen van een sluis aan de monding van de Dender (1878).
Binnen de stadsmuren van Dendermonde kwam een
gevarieerde industrie tot bloei, met als belangrijkste de
katoen- en olienijverheid, de schoen- en ledernijverheid en
de touwslagerijen.
Ook het culturele leven bloeide open. Dendermonde telde toen
talrijke muziek-, toneel- en leesverenigingen, een openbare
bibliotheek, een muziekschool, een stadsarchief, een Oudheidkundig
Museum, ... Ook het lager en middelbaar onderwijs was stevig
uitgebouwd.
Vanaf het laatste kwart van de 19e eeuw ondervond Dendermonde,
waarvan het inwonersaantal stilaan opliep tot 10.000, steeds
meer hinder van zijn statuut van vestingstad. Het was pas
in 1906 dat Dendermonde als versterkte plaats gedeklasseerd
werd, zodat men vanaf 1910 kon beginnen met de realisatie
van enkele 'doorsteken' aan de oude stadspoorten, zodat een
vlot verkeer kon tot stand komen.In september 1914 werd Dendermonde
door het Duitse leger bijna volledig in de puin gelegd. Meer
dan 2.000 woningen en tal van openbare gebouwen werden geheel
of gedeeltelijk vernield. Ook het stadsarchief ging in de
vlammen op. Aan de wederopbouw kwam pas in de dertiger jaren
een einde.
Na de Tweede Wereldoorlog evolueerde Dendermonde
steeds meer van een besloten industrie- en garnizoenstad naar
een educatieve, juridische, medische en administratieve kernstad.
De pendelarbeid werd een belangrijk onderdeel van het lokale
beroepsleven. Rond de stadskern (Donckstraat, Keur) en in
de deelgemeente Sint-Gillis-bij-Dendermonde stimuleerde de
overheid het bouwen van nieuwe woningen en sociale woonwijken.
In de jaren '70 had een dubbele fusieoperatie
plaats. In 1972 kwam de fusie met Appels en Sint-Gillis-bij-Dendermonde
tot stand, in 1977 gevolgd door een tweede fusie met Grembergen,
Baasrode, Mespelare, Oudegem en Schoonaarde. Zo vermeerderde
de oppervlakte van de stad tot ca. 5.510 ha en het inwonersaantal
tot ca. 43.000.
De hieruit voortkomende dynamiek resulteerde vrij snel in
de oprichting van een administratief centrum, een gevoelige
verbetering van de sport- en scholeninfrastructuur en de fusie
van drie bestaande verzorgingsinstellingen.
Op intercommunaal vlak stimuleerde men de sociale woningbouw,
de aanleg van een industrieterrein en de verwerking van huisvuil
en afvalwater.
Als hoofdplaats van een arrondissement vervult Dendermonde
een belangrijke centrumfunctie op het vlak van handel en nijverheid,
onderwijs, verpleging en administratie. De Rechtbank van Eerste
Aanleg is er bevoegd voor de arrondissementen Aalst, Dendermonde
en Sint-Niklaas.
Cultuur, toerisme, stadspromotie en milieu vormen voor de
toekomst bijkomende pluspunten voor een aangenaam leef- en
werkklimaat in de omgeving van Dendermonde.
Meer info: www.dendermonde.be
Landkaarten
van de regio Dendermonde
|
dendermonde-opgraving.

dendermonde-archeologie 
dendermonde-burcht 
dendermonde-stadhuis 
dendermonde-mechelse-poort 
dendermonde-ros-beiaard-demarets 
dendermonde-zwijveke-museum 
dendermonde-zwijveke-museum 
dendermonde-begijnhof 
dendermonde-prudens-van-duyse 
dendermonde-vleeshuis

dendermonde-dansende-kinderen  |